In Arbeidsrecht

4,9% van de Nederlandse bevolking boven de 18 jaar heeft wel eens cocaïne gebruikt. Wanneer een steekproef wordt gedaan onder bezoekers van feesten, festivals en clubs ligt dit percentage zelfs op 32,5%. Gedragingen in de privé tijd gaan een werkgever in principe niet aan. Maar wat als de grens tussen werk en privé vervaagt? Twee uitspraken over drugs op een ‘bedrijfsfeestje’. 

‘Receptionisten-Rave’ wordt niet door werkgever gewaardeerd

Werkgever, een uitzendbureau voor receptionisten, laat haar personeelsvereniging een groot personeelsfeest organiseren. Alle medewerkers slapen twee nachten in een kampeerboerderij.

Werknemer, nog geen jaar in dienst bij werkgever, heeft cocaïne meegenomen naar het feest. Zij biedt het ook collega’s aan. Eén collega gaat op het aanbod in en beide werknemers snuiven er op los. Het feest gaat nog tot diep in de nacht door.

De volgende dag wordt de werknemer onmiddellijk verzocht naar huis te gaan. Bij terugkomst op kantoor wordt zij op staande voet ontslagen. Zij vecht het ontslag aan bij de Rechtbank Den Haag.

Feestje van een GGZ-instelling loopt uit de hand

Ook een gespecialiseerde GGZ-instelling voor (ironisch genoeg) verslavingszorg wilde haar werknemers bedanken met een feestje. Er wordt een locatie afgehuurd en alle medewerkers worden de volgende dag vrij geroosterd. Op het feest gaat de cocaïne van hand tot hand. Dit komt de werkgever ter ore en zij schakelt de bedrijfsrecherche in. Van maar liefst acht werknemers wordt drugsgebruik tijdens het feest vastgesteld. Zij worden allen voorgedragen voor ontslag. De ontslagzaken worden behandeld door de Rechtbank te Eindhoven.

Drugs op een feest met collega’s: werk of privé?

De vraag die in beide zaken bij de rechter voorlag: is het gebruiken van (hard)drugs tijdens een bedrijfsuitje reden voor ontslag?

De rechter in Den Haag haalt in zijn uitspraak enkele inzichten aan over het gebruik van cocaïne in Nederland:

“Hoewel het gebruik van cocaïne in brede kring als maatschappelijk onwenselijk wordt beschouwd en dat het bezitten, aanbieden of verhandelen van cocaïne zelfs een strafbaar feit is, is het gebruik van cocaïne in bepaalde kringen zo niet gemeengoed, dan toch in ieder geval tamelijk wijd verbreid.”

Met een verwijzing naar de metingen in het afvalwater van de gemeente Amsterdam gaat de rechter verder:

“Het gebruiken van cocaïne is (…) een maatschappelijke realiteit, die niet als zeldzaam dient te worden gezien.”

In dat licht is de rechter van oordeel dat het gebruik van cocaïne in het algemeen, in privétijd en dus buiten het dienstverband om, niet kan leiden tot ontslag. Zeker wanneer vaststaat dat de werknemer tijdens werktijd goed functioneert (en niet onder invloed is).

Ligt dit nu anders wanneer het gaat om drugsgebruik tijdens een personeelsuitje?

Dat hangt er van af, is het antwoord van beide rechters. Zodra het uitje of feestje kan worden gezien als werkgerelateerd loopt de werknemer een risico. Als het feest volledig kan worden beschouwd als zijnde gelegen in de privésfeer is de werknemer (indachtig het bovenstaande) ‘veilig’.

Bij de receptioniste is dit goed nieuws. De rechter te Den Haag is van oordeel dat het bedrijfsfeest te ver verwijderd is van het dienstverband om arbeidsrechtelijke gevolgen te kunnen dragen: het feest vond plaats buiten werktijd, op een locatie ver van de normale werkplek van werknemer en in besloten kring. Ook de omstandigheid dat het feest werd georganiseerd door de personeelsvereniging en dat de werkgever zelf geen enkele (organisatorische of financiële) rol speelde, was van belang voor de conclusie van de rechter dat hier geen sprake was van een werkgerelateerde aangelegenheid.

Bij de GGZ-medewerkers ligt dit anders. Het bedrijfsfeest werd hier beschouwd als werkgerelateerd. Het feest werd weliswaar gehouden op een externe locatie, maar de werkgever had wel een financiële bijdrage geleverd. Het feit dat het feest in besloten kring werd gehouden duidde volgens de rechter in Eindhoven juist op het werkgerelateerde karakter van het feest. Ook nog van belang was de omstandigheid dat de werkgever alle medewerkers had vrij geroosterd zodat zij bij het feest aanwezig konden zijn (en de dag erna konden uitslapen).

Tot slot speelde ook de aard van de functie van de medewerkers nog een rol. De GGZ-medewerkers hadden een gedragscode ondertekend. Het openlijk (in bijzijn van collega’s) gebruiken van drugs terwijl zij werkzaam zijn in de verslavingszorg was, volgens de rechter, in strijd met die gedragscode of in ieder geval in strijd met het goed werknemerschap.

Conclusie

Bij de beantwoording van de vraag of een feest met collega’s werkgerelateerd is lijkt vooral van belang te zijn of het ‘bedrijfsuitje’ al dan niet door de werkgever wordt gefaciliteerd (door bijvoorbeeld een financiële bijdrage te leveren en/of door medewerkers voor het feest vrij te geven).

De omstandigheid dat een uitje met collega’s in besloten kring wordt gehouden komt – in mijn beleving – minder betekenis toe.

Sedert het Hyatt-arrest is reeds duidelijk dat de grens tussen werk en privé vervaagt en dat drugsgebruik in de privétijd onder omstandigheden tot ontslag kan leiden. Dit zal zeker het geval zijn wanneer een werknemer (nog) tijdens werktijd onder invloed is. Ook drugsgebruik op een feest met collega’s kan – zo laten bovengenoemde uitspraken zien – ontslag tot gevolg hebben maar dan dient het ‘bedrijfsfeest’ wel werkgerelateerd te zijn. Ik kan mij hierbij bepaald niet aan de indruk onttrekken dat ook de aard van de functie van de werknemer, alsook de vraag of een gedragscode van toepassing is die (mede) ziet op (het verbod op het gebruik van) drugs, in voorkomende gevallen richtinggevend zal zijn bij de beoordeling van dit soort drugsgerelateerde kwesties.

Meer informatie

Wilt u meer informatie of heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel. Neem contact op met een advocaat van onze Vakgroep Arbeidsrecht. Mail hiervoor naar: vandamme@honoreadvocaten.nl of bel: 030 214 51 50.