De toelatingseisen voor het middelbaar beroepsonderwijs verschillen per opleidingsniveau. Voor de basisberoepsopleiding gelden andere vooropleidingseisen dan voor de middenkaderopleiding. Een student kan zich inschrijven als hij voldoet aan de toelatingseisen. Aan de inschrijving ligt ten grondslag een overeenkomst tussen de school en de student: de onderwijsovereenkomst.

Focus op vakmanschap 2011-2015 actieplan mbo

Vanaf 2011 is met het Actieplan mbo Focus Vakmanschap een kwaliteitsslag gemaakt in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Onder het motto “basiskwaliteit op orde en de lat omhoog” is ingezet op een verhoging van de onderwijskwaliteit en een vereenvoudiging van het mbo als stelsel. Om het plan te kunnen uitvoeren is de wet aangepast. De zogenaamde drempelloze instroom (instroom zonder diploma) voor mbo niveau 2 is komen te vervallen. Voor studenten zonder een vooropleiding is een entreeopleiding geïntroduceerd. Deze entreeopleiding is in de plaats gekomen van het MBO niveau 1 en de Arbeidsmarktkwalificerende assistentenopleiding (AKA).

De niveau-indeling binnen het mbo is nu als volgt:

Toelatingseisen entreeopleiding (voorheen niveau 1)

Om een entreeopleiding te volgen, moeten studenten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • de student voldoet niet aan de vooropleidingseisen voor toelating tot een opleiding mbo-2, mbo-3 of mbo-4;
  • de student is op 1 augustus minimaal 16 jaar.

Toelatingseisen basisberoepsopleiding (niveau 2)

Sinds 1 augustus 2014 zijn er voor de basisberoepsopleiding vooropleidingseisen. Dit houdt in dat iedereen die de basisberoepsopleiding wil volgen, aan de volgende vooropleidingseisen moet voldoen:

  • basisberoepsgerichte leerweg (bbl) of kaderberoepsgerichte leerweg (kbl): de student heeft een diploma lager beroepsonderwijs (lbo), voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) of voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo);
  • theoretische leerweg (tl): de student heeft een mavo-diploma of vmbo-diploma;
  • gemengde leerweg: de student heeft een diploma mavo-vbo of een vmbo-diploma;
  • de student heeft een bewijs dat hij de eerste 3 leerjaren van de havo of het vwo met gunstig gevolg heeft doorlopen;
  • de student is in het bezit van een ander diploma of bewijsstuk dat de overheid heeft erkend op basis van een ministeriële regeling;
  • een assistentenopleiding die opleidt tot hetzelfde beroep of dezelfde richting.

Toelatingseisen vakopleiding (niveau 3) of middenkaderopleiding (niveau 4)

Voor de vakopleiding en de middenkaderopleiding gelden dezelfde toelatingseisen:

  • kaderberoepsgerichte leerweg: de student heeft een diploma voor lbo, vbo of vmbo;
  • theoretische leerweg: de student heeft een diploma voor mavo of vmbo;
  • gemengde leerweg: de student heeft een diploma mavo-vbo of vmbo;
  • de student heeft een bewijs dat hij de eerste 3 leerjaren van de havo of het vwo met goed gevolg heeft doorlopen;
  • de student is in het bezit van een ander diploma of bewijsstuk dat de overheid heeft erkend op basis van een ministeriële regeling.

Toelatingseisen specialistenopleiding (niveau 4)

Om de specialistenopleiding te volgen, heeft een student een diploma nodig van de vakopleiding (niveau 3), voor hetzelfde beroep of dezelfde richting.

Mbo-instellingen verantwoordelijk voor toelatingsbeleid

In de wet staat dat mbo-instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor hun toelatingsbeleid. Zo kan bijvoorbeeld het toelatingsbeleid van het ROC van Amsterdam verschillen met dat van het ROC Midden-Nederland. Een school mag een student in bijzondere gevallen toelaten tot een beroepsopleiding, ook als hij niet voldoet aan de voorwaarden. Dit kan alleen als de school verwacht dat de student de opleiding met goed resultaat zal kunnen doorlopen.

Inschrijving uiterlijk op 1 april

Een student is zogenaamd ‘inschrijfbaar’ als hij voldoet aan de toelatingseisen. Studenten kunnen zich uiterlijk op 1 april aanmelden voor een mbo-opleiding.

Let goed op de uiterlijke inschrijfdatum, want te laat is te laat!

De onderwijsovereenkomst

Aan een inschrijving ligt ten grondslag een onderwijsovereenkomst tussen de school en de student. Dit staat ook met zoveel woorden in de wet. De onderwijsovereenkomst regelt de rechten en de plichten van zowel de student als de school. In de algemene voorwaarden (studentenstatuut, examenreglement, onderwijs- examenregeling) staat wat de student van de school mag verwachten én wat de school van de student verwacht.

Door de onderwijsovereenkomst te ondertekenen, gaan de student en de school een contract met elkaar aan. De rechten en plichten van zowel de school als de student moeten aan de orde komen. Er staan bijvoorbeeld afspraken in over schorsing en verwijdering maar ook over waar een student terecht kan als hij een klacht over de opleiding of de school heeft. Als één van de partijen zich niet aan de afspraken uit de onderwijsovereenkomst houdt, kan de andere (gedupeerde) partij de ander op basis van de afspraken in de onderwijsovereenkomst aanspreken.

Het belang van de onderwijsovereenkomst in het mbo wordt ook onderstreept in de uitspraak van de rechter in Maastricht (d.d. 12 januari 2006). De rechter komt tot de conclusie dat:

De school de afspraken die zijn vastgesteld in de onderwijsovereenkomst niet is nagekomen. De studenten hebben daardoor schade opgelopen, waarvoor de school aansprakelijk is. De studenten krijgen ieder een bedrag van € 10.000,- toegewezen.

Verder blijkt uit rechtspraak dat de algemene voorwaarden (studentenstatuut, examenreglement, onderwijs- examenregeling ) die horen bij de onderwijsovereenkomst aan de student ter hand moeten worden gesteld. Zo oordeelde de rechter in Arnhem (d.d. 17 april 2009) dat het ROC niet voldaan had aan deze plicht en de student daarom niet mocht verwijderen.

Meer informatie
De toelating, inschrijving en onderwijsovereenkomst zijn bijzondere onderwerpen binnen het onderwijsrecht. Veel zaken gaan hier over, ook bij  de rechter. Heb jij een vraag? Neem vrijblijvend en rechtstreeks contact op met onze Vakgroep Onderwijsrecht. Mail hiervoor naar: vandamme@honoreadvocaten.nl, of bel: 030 214 51 50.