In Arbeidsrecht

Op 11 juli jl. is de compensatieregeling transitievergoeding in werking getreden. De wet maakt compensatie mogelijk van de aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers betaalde transitievergoeding. Een positieve ontwikkeling voor werkgevers die tijdens twee jaar ziekte de kosten hebben zien oplopen om aan het einde van de rit ook nog met een transitievergoeding te worden geconfronteerd.

Onder het oude recht: slapende dienstverbanden?

Met invoering van de tweejarige loondoorbetalingsplicht en de daarbij behorende re-integratiewerkzaamheden lopen de kosten van de werkgever met een zieke werknemer op. Voor veel werkgevers voelt het onrechtvaardig dat een werknemer – die al twee jaar inkomsten geniet zonder arbeid te verrichten – aan het einde van de rit óók nog aanspraak maakt op een transitievergoeding. De cumulatie van financiële verplichtingen heeft tevens geleid tot de opkomst van zogenaamde slapende dienstverbanden. Onder het oude recht is het nou eenmaal goedkoper om een werknemer na het einde van de loondoorbetalingsverplichting pro forma in dienst te houden – met het risico dat de werknemer herstelt en aan het werk moet worden gezet – dan de transitievergoeding te betalen.

Compensatie waarvoor precies?

De wet voorziet in een compensatie van de wettelijke transitievergoeding, inclusief eventueel gemaakte transitie- en inzetbaarheidskosten. De wet maakt geen onderscheid naar aard van de arbeidsovereenkomst of naar wijze van beëindiging. Dit brengt met zich dat compensatie van de transitievergoeding mogelijk is bij beëindiging bij het UWV maar ook bij beëindiging door middel van een beëindigingsovereenkomst. Let wel dat bij dit laatste middel de twee jaar wachttijd bij ziekte moet zijn doorlopen. Ook wordt bij een beëindigingsovereenkomst nimmer meer dan de wettelijk verschuldigde transitievergoeding gecompenseerd.

De compensatie kan eerst vanaf 1 april 2020 worden aangevraagd. Hierbij is sprake van terugwerkende kracht. Voor alle dienstverbanden die zijn geëindigd vanaf 1 juli 2015, kan compensatie worden aangevraagd. Dit maakt het zinvol om de administratie nog eens door te kijken en te achterhalen of in het verleden werknemers op basis van langdurige arbeidsongeschiktheid zijn ontslagen.

Addertjes onder het gras?

Let wel, de werknemer krijgt onder de nieuwe wetgeving nog altijd een vergoeding mee. Deze kosten, die door het UWV worden vergoed, worden gefinancierd door middel van een verhoging van de premie van het Algemeen werkloosheidsfonds.

Tevens geldt een beperking voor werkgevers aan wie een loonsanctie is opgelegd. Deze periode telt weliswaar wel mee in de berekening van de transitievergoeding, maar niet in de berekening van de compensatie.

Wat nu?

Het duurt nog even – tot 1 april 2020 – voordat de compensatie ook daadwerkelijk kan worden aangevraagd. In de tussentijd is het wel aan te raden in de gaten te houden welke werknemers op basis van langdurige arbeidsongeschiktheid worden ontslagen en welke werknemers reeds vanaf 1 juli 2015 uit dienst zijn getreden na langdurige arbeidsongeschiktheid. Bewaar van deze werknemers in ieder geval:

  • de arbeidsovereenkomst;
  • de ontslagvergunning of beëindigingsovereenkomst;
  • stukken waaruit blijkt in welke periode de werknemer ziek was, en dat de werknemer ook bij het einde van het dienstverband nog ziek was;
  • bewijs van betaling van de transitievergoeding.

Vanaf 1 april 2020 kan dan voor al deze (ex)-medewerkers de betaalde ontslagvergoeding worden teruggevorderd!

Meer informatie

Heeft u een vraag over dit onderwerp, over het ontslaan van langdurig zieke werknemers of over de transitievergoeding? Neem dan rechtstreeks en vrijblijvend contact op met onze advocaten arbeidsrecht. Mail hiervoor naar: vandamme@honoreadvocaten.nl, of bel: 030 214 51 50.