In Onderwijsrecht

De eisen waaraan een leerling en student anno 2018 moet voldoen, worden steeds hoger; onderwijsinstellingen zijn onverbiddelijk met een bindend negatief studieadvies, de druk voor hbo,-  en wo-studenten om binnen vier jaar af te studeren is moordend. Langer studeren betekent fors meer kosten.

In een tijdsgeest waarin het de tendens is om steeds meer van leerlingen en studenten te verwachten, is het goed om vast te stellen dat ook van opleidingsinstituten – van lagere tot middelbare school, van (hoger) beroepsonderwijs tot universiteit – steeds meer wordt verlangd.

Een van de kernverplichtingen van onderwijsinstellingen is het aanbieden van kwalitatief onderwijs waarbij de leerling en de student in staat wordt gesteld om zonder noemenswaardige vertraging zijn opleiding te kunnen doorlopen. Deze basisverplichting van ‘het recht op goed onderwijs’ volgt onder meer uit artikel 23 van de Grondwet, uit onderwijsregelgeving (zoals de WPO, WVO, WEB en WHW), uit uitspraken van Klachtencommissies, uit de (ongeschreven) beginselen van behoorlijk onderwijs (zoals het beginsel van een onbelemmerde studievoortgang) en vanzelfsprekend wordt de zorgplicht van onderwijsinstellingen mede ingekleurd door rechtspraak van de rechter.

Succesvolle aansprakelijkheidsstelling onderwijsinstellingen

Met regelmaat worden opleidingen dan ook succesvol aansprakelijk gehouden voor een breed scala van redenen voor studievertraging. Denk hierbij – bijvoorbeeld – aan oorzaken als:

  • onvoldoende stagebegeleiding of gebrek aan stageplekken;
  • een onterechte verwijdering of schorsing;
  • een onterechte weigering tot inschrijving;
  • een ten onrechte opgelegd negatief bindend studieadvies;
  • een beschuldiging van fraude of plagiaat die geen stand houdt of die te zwaar bestraft is.

Problemen met stage?

Bekend is de reeks aansprakelijkheidsclaims aan het adres van Hogeschool Inholland. De onderwijsinstelling werd door verschillende (oud)studenten verantwoordelijk gehouden voor opgelopen studievertraging, als gevolg van het gebrek aan adequate begeleiding vanuit de hogeschool tijdens stages. Niet alleen wat betreft stagebegeleiding bleek Inholland tekort geschoten. Ook de student die ze lieten ‘doormodderen’ zonder in te grijpen, werd in de rechtszaal in het gelijk gesteld en de hogeschool genadeloos afgestraft. De boete: een schadevergoeding voor twaalf maanden studievertraging, schoolgeld en een bedrag aan extra studiekosten.

Veel media-aandacht  kreeg ook de rechtszaken tegen de Hogeschool Utrecht (HU) en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) in verband met het structureel ontbreken van stageplaatsen waardoor hele lichtingen studenten geen stage konden lopen en daardoor enorme studievertraging opliepen. De rechter liet in niet misverstane bewoordingen de Hu en de HAN weten dat zij verantwoordelijkheid dragen voor een studeerbaar onderwijsprogramma en dus moet voorzien in voldoende stageplekken.

Studievertraging door (onterechte) fraude-beschuldiging?

Een van de vele uitspraken die mij altijd bij blijft is het vernietigende oordeel van de hoogste bestuursrechter in onderwijszaken, het CBHO, aangaande een student van Saxion Hogeschool. De student werd door Saxion beschuldigd van het plegen van ernstige fraude en werd door Saxion van school verwijderd en uitgeschreven. De fraude kon echter uiteindelijk niet hard worden gemaakt. Het CBHO veroordeelde de hogeschool – naast betaling van schadevergoeding – tot betaling van smartengeld.

Aansprakelijkheid in het primair- en voortgezet onderwijs

Aansprakelijkheid van onderwijsinstelling speelt niet alleen in het hoger onderwijs. Ook in het primair en voortgezet onderwijs worden scholen steeds vaker langs de kritische meetlat gelegd. Een voorbeeld dat direct bij mij bovenkomt is de schadevergoeding voor de leerlingen van een Montessorischool voor gemaakte kosten, van bijles, omdat – door ziekte van de directeur en diverse leraren – leerlingen in groep 8 een leerachterstand hadden opgelopen van tenminste een jaar. Of het verhaal van de middelbare scholier die werd geschorst en waar in de rechtbank onterechte verwijdering werd geconstateerd. Uiteraard met schadevergoeding tot gevolg.

En zo kan ik het ene na het andere (recente) voorbeeld aandragen waarbij (of in een soortgelijke kwestie) onze Vakgroep Onderwijsrecht betrokken is geweest bij de succesvolle afwikkeling van aansprakelijkheidskwesties binnen het complexe terrein dat het onderwijsrecht bestrijkt.

Aansprakelijkheid onderwijsinstellingen: geen kwade bedoelingen

Tot slot – en terzijde – wil ik graag nog aanstippen dat juridische aansprakelijkheid van onderwijsinstellingen (in beginsel) niets van doen heeft met opzettelijk, kwaadwillend, of (ernstig) verwijtbaar handelen. Integendeel, het is onze ervaring dat de professionals binnen onderwijsland – of dit nu de studentenadministratie betreft, of de vakdocent, of de Opleidingsmanager, of de Instituutsdirecteur – met passie en betrokkenheid hun bijdrage (willen) leveren aan het bieden van goed onderwijs. Vaak gaat het goed, soms gaat het gewoon – ondanks de beste bedoelingen – mis. Leerlingen en studenten mogen daar echter niet de dupe van worden en juridische aansprakelijkheid van een school of universiteit is sneller gegeven dan de meeste onderwijsinstellingen bevroeden.

Meer informatie

Heb jij studievertraging opgelopen door fouten van de onderwijsinstelling? Neem rechtstreeks en vrijblijvend contact op met onze Vakgroep Onderwijsrecht. Mail hiervoor naar: bindels@honoreadvocaten.nl, of bel: 030 214 51 50.