In Onderwijsrecht

Sedert de uitbraak van Covid-19 worden veel toetsen op afstand afgenomen. Universiteiten en hogescholen zijn bang dat online tentamineren fraude en plagiaat in de hand werkt omdat fysiek toezicht bij het afnemen van online tentamens afwezig is. Proctoring kan soms uitkomst bieden maar stuit op veel weerstand in verband met privacy. Sommige hogescholen hebben de straf op het plegen van plagiaat of fraude, zoals spieken en ongeoorloofd samenwerken bij online toetsen, verzwaard. Wat eerst werd aangemerkt als “normale” fraude wordt thans in het Coronatijdperk beoordeeld als ernstige fraude. Is dat mogelijk? Houdt dat stand?

Waar ligt de grens tussen fraude en ernstige fraude?

De wet geeft geen definitie van het begrip “fraude”. Onderwijsinstellingen zijn in beginsel vrij om zelf invulling te geven aan het fraude begrip. Wel passen hierbij enkele belangrijke kanttekeningen: zo moet volgens de hoogste onderwijsrechter (het CBHO) de definitie van fraude niet te ruim zijn. Daarnaast dient de onderwijsinstelling een onderscheid aan te leggen tussen fraude en ernstige fraude. Bovendien is in de rechtspraak bij herhaling geoordeeld dat wanneer een gebeurtenis wordt aangemerkt als ernstige fraude ook daadwerkelijk sprake dient te zijn van een mate en ernst van fraude die zich onderscheidt van de normale gevallen. Een onderwijsinstelling kan derhalve niet een fraudegeval dat op zichzelf niet als ernstig te duiden is toch als ernstig kwalificeren.

Spieken of samenwerken bij (online) toets nog geen ernstige fraude

Fraude en plagiaat is van alle tijden. Dat geldt in het bijzonder voor spieken, ongeoorloofde samenwerking tussen studenten en het overnemen van andermans werk en teksten. Het is belangrijk dat studenten zich er steeds meer bewust van worden dat spieken staat voor zelfbedrog en een vorm van fraude is waar een straf op staat. Echter, de omstandigheid dat spieken veelvuldig voorkomt en bestraft dient te worden staat daarmee nog niet gelijk aan het standpunt dat steeds meer hogescholen en universiteiten innemen dat spieken op zichzelf staand dient te worden aangemerkt als ernstige fraude dat reeds daarom zwaarder (dan voor normale fraudegevallen) bestraft dient te worden. Spieken is een voorbeeld van veelvoorkomende fraude maar is in beginsel geen voorbeeld van ernstige fraude. Of iets als ernstige fraude of plagiaat moet worden beoordeeld is volgens de Nederlandse Gedragscode voor Academische Integriteit afhankelijk van diverse wegingscriteria waaronder: de positie en ervaring van de student of onderzoeker, de omvang van de fraude c.q. het plagiaat, de gevolgen voor de stand van de wetenschap, de vraag of het om een wetenschappelijke publicatie gaat dan wel om een uiting van onderwijsmateriaal of advies, de opvattingen binnen de onderwijsinstelling over de ernst van het niet naleven, et cetera. De omstandigheid dat thans sprake is van een Coronacrisis maakt niet dat door die enkele omstandigheid spieken nu opeens als ernstige fraude kan worden aangemerkt. Deze erosie van het fraudebegrip doet geen recht aan de in Nederlands levende rechtsovertuigingen of de maatschappelijke inzichten binnen de academische gemeenschap.

Passende sanctie voor (digitaal) spieken

Een sanctie moet proportioneel zijn en gebaseerd zijn op een (in de OER) kenbaar gemaakt sanctiebeleid. Zoals gezegd hebben sommige hogescholen en universiteiten de straf op fraude en plagiaat – in het bijzonder: spieken en samenwerken bij een toets – aangescherpt. Een student kan zich thans zelfs geconfronteerd zien met een verzoek tot verwijdering/uitschrijving van de onderwijsinstelling of uitsluiting van deelname aan alle tentamens voor de looptijd van een heel jaar. Als deze verzwaarde sanctie in de loop van het academische schooljaar (na het uitbreken van de Coronacrisis) is ingevoerd, is het maar zeer de vraag of dat überhaupt mogelijk is. In veel onderwijsregelingen is bepaald dat bepalingen voor de looptijd van een studiejaar gelden en deze niet tussentijds gewijzigd kunnen worden. Daarnaast is de ultieme sanctie van een verzoek tot uitschrijving dan wel uitsluiting van deelname aan alle toetsen voor een heel jaar ronduit disproportioneel te noemen. Een analyse van 75 uitspraken van het CBHO laat zien dat ongeldigverklaring van de betreffende toets en eventuele uitsluiting van deelname aan het betreffende vak voor een bepaalde periode onder specifieke omstandigheden niet disproportioneel hoeft te zijn. Uitsluiting echter van alle andere toetsen, laat staan voor een jaar is enkel proportioneel in uitzonderlijke gevallen. Hierbij kan gedacht worden aan een situatie waarbij een student een notoire repeat offender is en voor de derde keer (ernstige) fraude heeft gepleegd. Deze situatie komt niet veel voor.

Conclusie: Coronacrisis rechtvaardigt geen zwaardere sanctie bij fraude of plagiaat

Het is volkomen begrijpelijk en ook wenselijk dat een universiteit of een hogeschool spieken en samenwerken bij tentamens absoluut niet tolereert en bestraft. Een student die hiertegen bezwaar maakt en beroep aantekent bij het College van Beroep voor de Examens (COBEX/CBE) dient zich er bewust van te zijn dat spieken ontoelaatbaar is en onder het fraudebegrip valt. Bij het opleggen van een sanctie dient de examencommissie (en in beroep het CBE) zich evenwel ervan te vergewissen of de maatregel die wordt opgelegd ook daadwerkelijk proportioneel is. Een verzoek tot uitschrijving of een uitsluiting voor alle toetsen (in plaats van enkel voor de desbetreffende toets) is dat in de regel niet. Covid-19 maakt dat niet anders.

Meer informatie

Heb jij een besluit ontvangen waarin aan jou een sanctie wordt opgelegd voor het plegen van fraude en/of plagiaat? Stuur het besluit op, dan beoordelen wij dit vrijblijvend. Wij staan studenten bij zowel in beroepsprocedures bij het CBE als in hoger beroepsprocedures bij het CBHO. Mail hiervoor naar: bindels@honoreadvocaten.nl.