In Onderwijsrecht

Soms zijn de wegen van het aansprakelijkheidsvraagstuk binnen het onderwijslandschap ondoorgrondelijk: op 6 februari 2019 oordeelde de rechtbank dat een hogeschool aansprakelijk is voor een student die in verband met psychische problemen jarenlang geen onderwijs heeft gevolgd en nauwelijks studievoortgang boekte. De onderwijsinstelling had volgens de rechter actief contact met de thuiszittende student moeten zoeken om de student te adviseren haar opleiding te beëindigen. Rekt de rechtbank hier de zorgplicht die op een school rust te veel op? Ik neig er naar om deze vraag bevestigend te beantwoorden.

Feiten in een notendop: door psychische problemen gebrekkige studievoortgang

Een student volgt de lerarenopleiding geschiedenis bij Hogeschool Windesheim. Op enig moment informeert de student haar mentor dat zij gebukt gaat onder depressieve klachten als gevolg van omstandigheden die in de privésfeer gelegen zijn. De student geeft aan zich hiervoor onder behandeling van een psycholoog te laten stellen. De mentor verwijst de student door naar de studentendecaan en de student stuurt zes maanden later de studentendecaan een e-mail waarin zij aangeeft dat zij wekelijks naar een psycholoog gaat, dat zij antidepressiva slikt en dat zij nu bezig is om haar schoolwerkzaamheden weer helemaal op de rit te krijgen. De student schrijft zich vervolgens jaarlijks in voor de opleiding, maar volgt nauwelijks onderwijs. Ook behaalt de student nagenoeg geen studiepunten meer. Dan – inmiddels heeft de situatie van inschrijving voor onderwijs zonder het onderwijs ook daadwerkelijk bij te wonen vier jaar voortgeduurd – neemt de moeder van de student telefonisch contact op met de hogeschool. Volgens de moeder heeft haar dochter haar altijd voorgehouden dat haar studie bijna is afgerond en dat er niets aan de hand is. Kort na dit telefoongesprek vindt overleg plaats tussen de moeder van de student en een aantal medewerkers van Windesheim. De student schrijft zich vervolgens uit als student bij Windesheim.

Standpunt student: hogeschool had uitschrijving moeten adviseren

Ruim drie jaar later stelt de student Windesheim aansprakelijk en vordert zij schadevergoeding, omdat Windesheim wanprestatie zou hebben gepleegd, althans onrechtmatig zou hebben gehandeld. Naar het oordeel van de student had Windesheim haar actief moeten begeleiden en actief de voortgang van haar studie moeten volgen, omdat zij met de juiste begeleiding met succes de opleiding had kunnen afronden, althans de opleiding eerder had kunnen beëindigen. Door het (nalatig)  handelen van Windesheim heeft zij schade geleden nu zij, zonder diploma, opgezadeld is met een studieschuld bij DUO.

Standpunt Windesheim: student kiest er zelf voor zich ieder jaar voor opleiding in te schrijven

De hogeschool benadrukt dat van een volwassen student aan een hbo-instelling een bepaalde mate van zelfstandigheid mag worden verwacht.

Oordeel rechter: psychische problemen staan zelfredzaamheid en zelfstandigheid van student in de weg

De rechtbank stelt allereerst vast dat Windesheim van de psychische problemen van de student op de hoogte was. Verder staat vast dat Windesheim heeft gesignaleerd dat de student geen onderwijs volgde. Tot slot staat vast dat Windesheim er mee bekend was dat de student geen studievoortgang boekte.

Bij die stand van zaken mag van een redelijk bekwame en redelijk handelende onderwijsinstelling verwacht worden dat deze actief contact zoekt met de student om de studievoortgang te bespreken en deze over een beëindiging van de opleiding te adviseren. Nu Windesheim dit niet heeft gedaan heeft de hogeschool haar zorgplicht jegens de student geschonden en onrechtmatig jegens haar gehandeld. Het door de student betaalde collegegeld kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als schade die het gevolg is van het onrechtmatig handelen van Windesheim.

Tot slot overweegt de rechtbank nog dat van een volwassen student aan een hbo-instelling weliswaar een bepaalde mate van zelfstandigheid mag worden verwacht, maar dat zulks niet verlangd kan worden vanwege de psychische problemen van de student. In dit verband slaagt naar het oordeel van de rechtbank evenmin het standpunt van Windesheim dat de student er zelf voor heeft gekozen zich ieder jaar voor de opleiding in te schrijven. Dit mag niet voor rekening en risico van de student worden gebracht.

Rekt de rechter de zorgplicht te ver op?

Het is mij – op het moment van het schrijven van dit artikel – niet bekend of tegen deze uitspraak door de hogeschool hoger beroep is of wordt ingesteld. Als dit al het geval is voorzie ik dat de uitspraak van de rechter niet in stand blijft.

Het komt mij juist voor dat de omvang van de zorgplicht van een onderwijsinstelling afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, zoals het type onderwijs dat gegeven wordt en de leeftijd van de studenten. Het spreekt voor zich dat van een volwassen student aan een hogeschool of universiteit een hoge mate van zelfstandigheid mag worden verwacht. Sterker, ik zou het zelfbeschikkingsrecht van een student juist willen vooropstellen. Het is aan de student om – wanneer deze aan de toelatingseisen en inschrijvingsvoorwaarden voldoet – binnen de grenzen van het Onderwijs,- en Examenreglement zelf te bepalen op welke wijze hij hieraan invulling geeft. Ik zie het als een primaire verantwoordelijkheid van een onderwijsinstelling om een onderwijsprogramma aan te bieden waarbij iedere student in staat wordt gesteld om zonder noemenswaardige studievertraging het onderwijscurriculum te kunnen doorlopen. Daarom moet een onderwijsinstelling er – bijvoorbeeld – voor zorgen dat er voldoende stagemogelijkheden zijn, dat een student met dyslexie of autisme ondersteunende (leer)middelen aangeboden wordt. Daarom moet een onderwijsinstelling selecteren aan de poort (en in het eerste jaar van de studie – door middel van het bindend studieadvies – zelfs na de poort), om te voorkomen dat studenten die niet geschikt (gebleken) zijn voor de studie blijven door modderen.

Maar wanneer vaststaat dat het onderwijsprogramma zodanig is ingericht dat studenten een opleiding nominaal kunnen volgen en afronden, en wanneer een onderwijsinstelling zich ervan heeft vergewist dat een student in het propedeusejaar geen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de studie, dan heeft mijns inziens de onderwijsinstelling aan haar inspanningsverplichting voldaan.

Eigenlijk zou je het zo kunnen formuleren dat de wettelijke en contractuele inspanningsverplichting van een onderwijsinstelling er op ziet dat een onderwijsinstelling (en hiermee doel ik dan uitdrukkelijk op een hogeschool of universiteit) alles moet doen of nalaten wat (aan de onderwijsinstelling toerekenbare) studievertraging kan veroorzaken. Hiermee is mijns inziens de grens, van hetgeen van een redelijk bekwame en handelende onderwijsinstelling kan worden verlangd, bereikt.

Ik zie ook anderszins niet in welk verwijt de onderwijsinstelling hier gemaakt kan worden; het is een beslissing van de student zelf om zich jaarlijks te blijven inschrijven voor een opleiding. Nergens blijkt uit dat de student niet in staat was om haar eigen wil te bepalen. De student kan vanzelfsprekend niet verweten worden dat zij (als gevolg van psychische problemen) geen studievoortgang maakt, maar de student was wel volkomen handelingsbekwaam. Dan prevaleert wat mij betreft het zelfbeschikkingsrecht: het recht om eigen keuzes te maken, ook als deze keuzes niet de gewenste studievoortgang met zich brengen.

Maar goed, wat nu als deze uitspraak toch standhoudt?

Er zijn tal van persoonlijke omstandigheden denkbaar waardoor studenten (langdurig) thuis zitten, geen onderwijs volgen en geen studievoortgang maken. Studenten met ziektes en lichamelijke aandoeningen waarvoor zij (intensieve) behandelingen ondergaan en een groot deel van het onderwijs niet kunnen bijwonen, studenten die met burn-out klachten thuiszitten, studenten met de ziekte van Lyme, en zo zijn er vele (verdrietige) voorbeelden te bedenken. Wanneer de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd blijft (en navolging vindt) brengt dat mee dat de zorgplicht en de daarmee samenhangende aansprakelijkheid en schadevergoedingsplicht substantieel voor onderwijsinstellingen wordt vergroot. Onderwijsinstellingen doen er in dat geval verstandig aan om in schoolregelingen een bepaling op te nemen die – hoe betuttelend dit ook moge zijn – studenten er (andermaal) op wijst dat zij bij onvoldoende studievoortgang er wellicht – al is het maar uit hoofde van een schadebeperkingsplicht – goed aan doen om de inschrijving te beëindigen, dan wel in ieder geval hierover in gesprek te gaan met de studieloopbaanbegeleider, mentor, of decaan, waarbij laatstgenoemden dan weer (ook schriftelijk) de student een (tijdelijke) beëindiging van de opleiding adviseren. En dan maar hopen dat studenten die dit advies wordt voorgehouden niet hierdoor het gevoel bekruipt dat de onderwijsinstelling de zieke (thuiszittende) student liever ziet vertrekken.

Meer informatie

Rolf Bindels is gastspreker op congressen en is daarnaast advocaat onderwijsrecht. Neem rechtstreeks en vrijblijvend contact op met Rolf Bindels door te mailen naar: bindels@honoreadvocaten.nl, of bel: 030 214 51 50.